top of page

WIC

De uitbeelding richt zich op de periode 1620-1650 in het gebied Nieuw Nederland (kort gezegd New York en de Hudson Valley). Specifiek beeldmateriaal, anders dan wat men zich in Europa voorstelde van het gebied, is nauwelijks bekend. Daarom moeten we ons voornamelijk baseren op wat we weten over de kleding in West Europa in de periode. Aangenomen kan worden dat er geen wezenlijke verschillen geweest zullen zijn.
Andere uitbeelders van de periode houden zich voornamelijk bezig met militaire uitbeeldingen van de 80-jarige oorlog, de 30-jarige oorlog en het begin van de Engelse Burgeroorlog. Militaire kleding was dikwijls een directe afgeleide van de gemiddelde burgerkleding van de periode. In onze WIC uitbeelding komen echter ook ruimschoots boeren en zeelui aan bod, beroepsgroepen die zich soms  afwijkend kleedden van het stadse burgerbeeld.  Daar zal nog een hoop onderzoek naar gedaan moeten worden. Gelukkig hebben we de schilderijen van o.a. David Teniers de Oudere en de Jongere. Nu kan men zeggen: Maar die schilderden voornamelijk in België! Het is echter aan te nemen dat plattelandskleding in België niet op een wezenlijk andere manier afweek van stadskleding als in Nederland. Daarbij komt dat een substantieel deel van de kolonisten in Nieuw Nederland uitgeweken Waalse protestanten waren. Nieuw Nederland was een kosmopolitisch geheel met naast die Walen en Nederlanders ook veel Duitsers (veel soldaten en zeelieden in de Republiek kwamen er vandaan), overgebleven Zweden uit het geannexeerde Nieuw Zweden en ook de Britten bleven niet steken bij de grens van Engelse koloniën.  Dit kan ook zijn weerslag hebben op diverse aspecten van de kleding.
Het is aan te nemen dat men in een koloniale omgeving als Nieuw Nederland niet altijd onmiddellijk de laatste modetrends gevolgd zal hebben. Daarom is het goed om, hoewel we tot 1650 uitbeelden, de grens qua kleding te leggen bij 1640.  
Aangezien onze kennis over de specifieke kledij van bepaalde beroepsgroepen nog niet uitgekristalliseerd is beperken we deze richtlijn voor het moment voornamelijk tot de modale stadkleding uit de periode.

Richtlijnen Kleding:

Vooraf: deze richtlijn is op de eerste plaats een handreiking. Mits voldoende onderbouwd kan e.e.a. bediscussieerd en aangepast worden.

 

Basis uitrusting:


Een smalle riem is standaard. Bij de lagere klassen werd i.p.v. een lederen riem dikwijls gewoon een stuk touw of een strook stof gebruikt. Aan deze riem wordt een simpel gebruiksmes gedragen. Qua vorm van het mes is te denken aan het “roachbelly” model wat ook al in een groot deel van de middeleeuwen de standaard was en afgeleiden daarvan zoals de “belduque”, maar ook simpele “butcher” messen. Ook vrouwen droegen dergelijke messen, waarbij vrouwen ook dikwijls een chatelaine droegen met daaraan b.v. wat naaispullen als een schaartje, naaldenkokertje, e.d.
Een gebruikelijke draagtas was de knapzak/snapsack, het model tas dat vroeger wel bekend stond als badtas. Ze kunnen zowel van dun leer zijn als van linnen. Verder kwam ook de aloude broodzak/haversack voor (iets ander model als in de 18e en 19e eeuw). Ook zullen ongetwijfeld, indien nodig, blanket rolls en bum rolls gebruikt zijn. Ook het gebruik van draagmanden, zoals tot in het begin van de 20e eeuw nog in de Adirondacks gebruikt werden, lijkt waarschijnlijk. Qua veldflessen zullen aardewerk exemplaren nog gebruikt zijn, naast houten tonnetjes.

 

DSC_4921.jpg
DSC_4884.jpg

Kamp Materiaal:

Dikwijls zullen we geen bruikbare gebouwen ter beschikking hebben bij deze uitbeelding en moeten we in tenten slapen: A-tenten, double bell wedges, constructies van (dek)zeilen, e.d. Ook ronde en ander paviljoententen ziet men wel op schilderijen.
Slapen op strozakken (evt. met daarin een moderne isolatiemat) onder dekens.
Koken op houtvuren met gebruikmaking van plaatijzeren, gietijzeren en koperen potten en pannen. Typisch Nederlands voor die periode waren de gietijzeren potten met 3 pootjes, tegenwoordig in de handel als “potjie”. Bestudeer voor de juiste modellen, contemporaine schilderijen. Hetzelfde geldt voor het correcte eetgerei. Wat in ieder geval nog niet bestond was brittania, dat zilverkleurige tin.

 

DE WAPENS:

Onze WIC uitbeelding is voor een belangrijk deel een civiele uitbeelding. 100% bewapening is dus geen streven. Er was een klein garnizoen in Nieuw Amsterdam en verder was er een militiesysteem. 
Naast het gebruiksmes aan de riem zullen veel mannen in het bezit zijn geweest van een linkshanddolk als wapen. Verder is het bezit van rapieren of houwdegens aan te nemen, gedragen aan een zwaardriem om het middel of aan een bandelier. Een rapier is in veel omstandigheden onhandig lang en het is moeilijk voor te stellen dat een boschloper zo’n onhandig ding mee zou nemen op zijn handelstochten naar de indianen.
Andere blanke wapens waar aan te denken is zijn halfpieken, hellebaarden en spontons.
Het primaire militaire vuurwapen van de periode is het lontslotmusket (of arquebus). Een lontslotwapen is echter verdomd onhandig bij tochten in het bos. Het wild of de vijand kan “lont ruiken”. Het lijkt er op dat het merendeel van de geweren in de kolonie een vroege vorm van vuursteenslot gehad zal hebben (snaphaan of doglock). Daarnaast zullen er radslotwapens geweest zijn. Naast geweren zullen ongetwijfeld ook pistolen wel gedragen zijn (snaphaan, doglock of radslot). Munitie voor de lontslotmusketten zal grotendeels wel gedragen zijn in  “apostel”bandeliers, maar voor de ander wapens, zeker die van boschlopers, zullen kruitflessen en kogelbuidels gebruikt zijn.
In heel Europa werden nog hand- en kruisbogen gebruikt voor de jacht, dus het is aan te nemen dat dat ook in Nieuwe Nederland het geval was.
Qua defensieve bewapening is te denken aan de diverse soorten helmen zoals piekenierspotten, kammorions en andere contemporaine helmen. De gouverneur zal ongetwijfeld een harnas gehad hebben, maar dergelijke pantsering was grotendeels overkill in de kolonie. Wat wel bekend is dat de Compagnie door het hele land overjarige, en in Europeese oorlogvoering niet meer zinvolle, maliënkolders opkocht aangezien die wel nog effectief bescherming boden tegen de stenen pijlpunten van de indiaanse stammen.
Het is aannemelijk dat met name boschlopers kleine handbijlen meevoerden als equivalent van de indiaanse tomahawk.

DSC_4891.jpg
bottom of page